Wet tegemoetkoming loondomein

De Wet tegemoetkomingen loondomein bestaat uit drie onderdelen: 1) het lage-inkomensvoordeel, 2) het jeugd-lage-inkomensvoordeel en 3) het loonkostenvoordeel. Het lage-inkomensvoordeel (LIV) is ingevoerd per 1 januari 2017. Met ingang van 2018 zijn het loonkostenvoordeel (LKV) en het jeugd-LIV ingevoerd.

Let op!
Bij de premiekortingen bestond de mogelijkheid om achteraf alsnog een korting te claimen als men dit vergeten was. Voor de loonkostenvoordelen geldt dit niet! Als niet op tijd aan de vereisten wordt voldaan, kan achteraf geen beroep meer worden gedaan op een loonkostenvoordeel. Het op tijd signaleren van de mogelijkheden is dus van groot belang.

3.1     Uitbetaling tegemoetkomingen

Het LIV, jeugd-LIV en LKV over 2018 worden in 2019 automatisch uitbetaald als uit de loonaangiften blijkt dat een werkgever hier recht op heeft. Dit gaat als volgt in zijn werk:

  1. De werkgever krijgt vóór 15 maart van de Belastingdienst een voorlopige berekening van het LIV, jeugd-LIV en LKV. Die berekening is gebaseerd op de aangiften en correcties over 2018 die zijn ingediend tot en met 31 januari 2019.
  2. Tot en met 1 mei 2019 kunt u correcties over 2018 sturen. Die worden nog meegenomen in de definitieve berekening. Correcties na 1 mei worden wel geaccepteerd, maar tellen niet meer mee voor de berekening van de diverse tegemoetkomingen.
  3. De Belastingdienst stuurt een beschikking met de definitieve berekening van het LIV, jeugd-LIV en LKV naar de werkgever. Dat gebeurt vóór 1 augustus 2019, op basis van de gegevens die bekend zijn. Deze beschikking is vatbaar voor bezwaar.
  4. Binnen zes weken na dagtekening van de beschikking worden de bedragen uitbetaald. Dit zal uiterlijk 12 september 2019 zijn.

 

3.2     Het lage-inkomensvoordeel in 2019

De grenzen voor het uurloon voor het lage-inkomensvoordeel (LIV) zijn voor het jaar 2019 vastgesteld. De grenzen zijn aangepast vanwege de stijging van het minimumloon per 1 januari 2019.

3.2.1   Voorwaarden LIV

Om in aanmerking te komen voor het LIV gelden de volgende voorwaarden:

  • De werknemer voldoet aan een vastgesteld gemiddeld uurloon (gebaseerd op minimaal 100% en maximaal 125% van het wettelijk minimumloon).
  • De werknemer is verzekerd voor de werknemersverzekeringen.
  • Er is sprake van een substantiële baan (minimaal 1.248 verloonde uren per kalenderjaar).
  • De werknemer heeft de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet bereikt.

 

3.2.2   Bedragen LIV 2019

De hoge tegemoetkoming krijgt de werkgever in 2019 voor werknemers met een uurloon van minimaal € 10,05 en maximaal € 11,07. De lage tegemoetkoming geldt voor werknemers met een uurloon van meer dan € 11,07 en maximaal € 12,58 per uur. In de hoogte van de tegemoetkoming per uur is niets veranderd ten opzichte van 2018.

Gemiddeld uurloon 2019 LIV per werknemer per uur Maximaal LIV

per werknemer per jaar

≥ € 10,05 ≤ € 11,07 € 1,01 € 2.000 per jaar
˃ € 11,07 ≤ € 12,58 € 0,51 € 1.000 per jaar

Tip!
U kunt het uurloon van uw werknemers zelf beïnvloeden om te zorgen dat u zo veel mogelijk van het LIV profiteert. Bijvoorbeeld door werknemers die iets boven de grens van het uurloon verdienen een kostenvergoeding via de werkkostenregeling te geven in ruil voor iets minder loon. Uiteraard kan dit alleen binnen de geldende wettelijke fiscale mogelijkheden.

3.3     Jeugd-lage-inkomensvoordeel 2019

Het jeugd-LIV is een jaarlijkse tegemoetkoming voor werkgevers in verband met de verhoging van het minimumjeugdloon. Dat betekent extra loonkosten voor werkgevers. Daarom krijgen werkgevers vanaf 1 januari 2018 het jeugd-LIV voor werknemers die aan de voorwaarden voldoen.

3.3.1   Voorwaarden jeugd-LIV

Een werkgever heeft recht op het jeugd-LIV voor elke werknemer die voldoet aan deze drie voorwaarden:

  • De werknemer is verzekerd voor de werknemersverzekeringen.
  • De werknemer heeft een gemiddeld uurloon dat hoort bij het wettelijk minimumjeugdloon voor zijn leeftijd.
  • De werknemer was op 31 december van het voorafgaande jaar 18, 19, 20 of 21 jaar.

Het gemiddelde uurloon is het loon uit dienstbetrekking van een jaar, gedeeld door het aantal verloonde uren in dat jaar.

3.3.2   Uurloongrenzen 2019

De uurloongrenzen voor de verschillende leeftijden komen pas in de rekenregels van 1 juli 2019. Deze uurloongrenzen zijn namelijk afgeleid van het wettelijk minimumloon over het hele kalenderjaar en worden dan ook pas bekendgemaakt na de publicatie van het minimumloon voor de tweede helft van 2019.

3.3.3   Bedragen jeugd-LIV 2019

Indien een werkgever binnen de nog vast te stellen uurloongrenzen valt en voldoet aan de overige voorwaarden, dan heeft een werkgever voor een werknemer recht op het jeugd-LIV. Hoeveel het voordeel precies is, hangt af van zowel het aantal verloonde uren als van de leeftijd van de werknemer.

Leeftijd op 31 december 2018 Jeugd-LIV per uur in 2019 Maximale jeugd-LIV per werknemer in 2019
 21 jaar € 0,91 € 1.892,80
 20 jaar € 0,59 € 1.227,20
 19 jaar € 0,16 € 332,80
 18 jaar € 0,13 € 270,40

Let op!
Een werkgever die gebruikmaakt van bbl-leerlingen (beroepsbegeleidende leerweg) kan ook in aanmerking komen voor het jeugd-LIV. De werkgever krijgt deze tegemoetkoming als hij de bbl-leerling betaalt volgens het wettelijk minimumjeugdloon dat hoort bij zijn leeftijd. De werkgever mag de bbl-leerling ook minder betalen dan het wettelijk minimumjeugdloon. Doet hij dat, dan is er geen recht op jeugd-LIV.

Let op!
Indien de werkgever in de loonaangifte onjuiste gegevens heeft opgenomen, terwijl het voor de toepassing van deze wet van belang is dat deze juist zijn, kan hem een bestuurlijke boete van maximaal € 1.319 per gegeven per werknemer per jaar worden opgelegd.

3.4     Loonkostenvoordelen in 2019

Vanaf 2018 krijgen werkgevers die oudere uitkeringsgerechtigden, arbeidsbeperkten of werknemers die onder de doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden in dienst nemen, recht op zogenaamde loonkostenvoordelen (LKV’s). De voorwaarden hiervoor blijven in 2019 gelijk, behalve wat betreft een aanpassing in het begrip kalendermaand.

3.4.1   Voorwaarden loonkostenvoordelen

Als bij aanvang van de dienstbetrekking aan de voorwaarden wordt voldaan, kan de werkgever gedurende drie jaar een verzoek tot een tegemoetkoming indienen. Voor het ‘LKV herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer’ geldt een periode van één in plaats van drie jaar.

Om in aanmerking te komen voor het LKV gelden de volgende voorwaarden:

  • De werknemer beschikt over een doelgroepverklaring.
  • De werknemer was niet op enig moment in de periode van zes maanden voorafgaand aan de datum van indiensttreding bij de werkgever in dienst (de antidraaideurbepaling) (uitzondering bij herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer).
  • De werknemer heeft de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet bereikt.
  • De werknemer verricht geen arbeid als bedoeld in artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening of artikel 10b, derde lid, van de Participatiewet.
  • De werknemer is verzekerd voor de werknemersverzekeringen.Daarnaast gelden per soort LKV nog aanvullende voorwaarden. Als uw werknemer voldoet aan alle voorwaarden kan hij een doelgroepverklaring aanvragen.

Let op!
Een doelgroepverklaring moet binnen drie maanden na indiensttreding worden afgegeven. Zorg dus dat deze tijdig wordt aangevraagd.

Met deze doelgroepverklaring kunt u het LKV aanvragen in uw aangifte loonheffingen. De voorwaarden voor het verkrijgen van deze doelgroepverklaring blijven in 2019 gelijk aan de voorwaarden in 2018.

3.4.2   Kalendermaand

In het verleden kwam het voor dat de doelgroepverklaring niet werd afgegeven omdat de aanvraag niet voldeed aan de voorwaarde dat de werknemer in de kalendermaand voorafgaand aan het begin van de dienstbetrekking recht had op een uitkering of op arbeidsondersteuning. Dit terwijl de werknemer voor wie de doelgroepverklaring werd aangevraagd, meestal wel recht op een uitkering of arbeidsondersteuning had direct voorafgaand aan het begin van de dienstbetrekking.

Voorbeeld
Een werkzoekende van 56 jaar krijgt op 1 februari 2018 een WW-uitkering. Op 12 februari 2018 komt deze werkzoekende in dienst bij een werkgever en deze vraagt een doelgroepverklaring aan. Omdat de werkzoekende de kalendermaand voorafgaand aan de indiensttreding (lees: januari) geen uitkering had, moet de aanvraag worden afgewezen.

Daarom verandert met ingang van 1 januari 2019 de voorwaarde ‘kalendermaand’ in ‘maand’. De werknemer behorende tot de doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden voldoet ook aan de voorwaarde als hij op de 1e dag van de dienstbetrekking recht heeft op een uitkering of op arbeidsondersteuning. Op verzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beoordeelde het UWV alle aanvragen vanaf 1 oktober 2018 al wel aan de hand van de gewijzigde voorwaarde.

3.4.3   Bedragen 2019

LKV Bedrag per verloond uur Maximumbedrag per jaar Duur
Oudere werknemer € 3,05 € 6.000 3 jaar
Arbeidsgehandicapte werknemer € 3,05 € 6.000 3 jaar
Doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden € 1,01 € 2.000 3 jaar
Herplaatsen arbeidsgehandicapte

werknemer

€ 3,05 € 6.000 1 jaar

3.4.4   Maximumduur LKV banenafspraak en scholingsbelemmerden 2020

Met ingang van 2020 zal een wijziging plaatsvinden in de looptijd van het loonkostenvoordeel voor de doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden. Vanaf 2020 kan dit loonkostenvoordeel namelijk voor onbepaalde tijd worden toegepast bij een werknemer, mits hij blijft voldoen aan de voorwaarden.

Op dit moment is inhoudelijk nog niets bekend over deze wijziging. Het is dus ook nog niet bekend hoe deze regeling uitwerkt voor gevallen die volgens de oude regels zouden eindigen ná 1 januari 2019, of kort daarvoor eindigen.

3.5     Wtl en stagiairs

Het loonkostenvoordeel en het (jeugd-)lage-inkomensvoordeel gelden in beginsel ook voor stagiairs.

Voor het (jeugd-)LIV geldt dat stagiairs in aanmerking komen wanneer zij in (fictieve) dienstbetrekking zijn en voldoen aan de voorwaarden van het LIV. Dit geldt ook wanneer zij alleen zijn verzekerd voor de ZW. De kans is echter groot dat zij niet aan de gestelde voorwaarden met betrekking tot het gemiddelde uurloon voldoen.

Ook voor het loonkostenvoordeel geldt dat stagiairs hiervoor in aanmerking kunnen komen. Dit is het geval wanneer zij van een werkgever een stagevergoeding ontvangen, waarop loonheffingen moeten worden ingehouden én wanneer zij verzekerd zijn voor de Ziektewet. Zij vallen daarmee onder het werknemersbegrip. Er kan dus ook een doelgroepverklaring worden aangevraagd.

Let op!
Ook stagiairs moeten voldoen aan de eis dat binnen drie maanden een doelgroepverklaring moet worden aangevraagd. Deze periode begint te tellen op de eerste stagedag. Wanneer stagiairs na een stage van bijvoorbeeld zes maanden een echt dienstverband bij de werkgever krijgen en dan nog een doelgroepverklaring willen aanvragen, bestaat hier géén recht meer op. De termijn van drie maanden is dan immers al verstreken. Er bestaat voor deze werknemer dan ook geen recht meer op een loonkostenvoordeel.