6. Ondernemingen

6.1      Afschaffen fiscale oudedagsreserve

Ondernemers die belastingplichtig zijn in de inkomstenbelasting (zzp’ers, eenmanszaken, vof’s, maatschappen etc.) kunnen tot en met 2022 gebruikmaken van een speciale fiscale faciliteit: de fiscale oudedagsreserve (FOR). Dit is een fiscale reserve waarover in de toekomst belasting wordt betaald.

Omdat veel ondernemers de fiscale oudedagsreserve niet daadwerkelijk afstorten voor een oudedagsvoorziening, heeft het vormen van een fiscale oudedagsreserve vooral belastinguitstel als effect.

Vanaf 2023 kunt u niet meer gefaciliteerd opbouwen voor de fiscale oudedagsreserve. Uw oudedagsreserve die tot en met 2022 is opgebouwd, mag wel op basis van de huidige regels worden afgebouwd.

6.2      Hoger gebruikelijk loon dga door afschaffingdoelmatigheidsmarge

Een dga (meer dan 5% van de aandelen in een bv) die werkt voor zijn/haar eigen bv is verplicht om zichzelf een gebruikelijk loon toe te kennen en op te nemen in de salarisadministratie. Dit loon dient gebruikelijk te zijn voor het niveau en de duur van de arbeid voor de bv.

Dit loon is lastig vast te stellen. Vandaar dat er momenteel een doelmatigheidsmarge geldt van 25%. Volgens de wet moet het loon minimaal worden vastgesteld op 75% van het loon uit de vergelijkbaarste dienstbetrekking. Of op het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn bij uw bv, indien een van deze bedragen meer is dan € 48.000. Op deze wijze kan worden gekeken naar de meest vergelijkbare dienstbetrekking en mag u daar 25% vanaf trekken. Deze doelmatigheidsmarge wordt per 2023 afgeschaft. Dit kan betekenen dat u zichzelf een hoger salaris moet gaan toekennen vanaf 2023.

Let op!
Zorg voor een goede onderbouwing van het gebruikelijk loon om discussie hierover te voorkomen.

6.3      Vervallen gebruikelijkloonregeling innovatieve start-ups

Op dit moment is er een versoepeling voor dga’s van innovatieve start-ups waardoor zij zichzelf een lager loon mogen toekennen. Deze regeling vervalt per 1 januari 2023, omdat bij de evaluatie is gebleken dat er maar weinig gebruik van wordt gemaakt.

6.4      Omzetting oudedagsvoorziening in lijfrente

Vanaf 1 april 2017 tot en met 31 december 2019 bestond de mogelijkheid om de pensioenvoorziening in eigen beheer om te zetten in een oudedagsvoorziening (ODV) bij de eigen bv.

De oudedagsvoorziening moet in 20 jaar vanaf AOW-gerechtigde leeftijd worden uitgekeerd. Zolang er geen uitkering was gedaan uit de oudedagsvoorziening, kon deze worden ingezet voor een lijfrente, een lijfrenterekening of een lijfrentebeleggingsrecht. Op deze manier hoefde de bv niet te worden aangehouden tot 20 jaar na de AOW-gerechtigde leeftijd.

Uit de praktijk is gebleken dat dga’s ook na ingang van de oudedagsvoorziening de mogelijkheid wilden hebben om de oudedagsvoorziening af te storten in een lijfrente, zodat de bv opgeheven kon worden. Daarom mogen dga’s met terugwerkende kracht naar 1 april 2017, ongeacht hun leeftijd, de oudedagsvoorziening omzetten in een lijfrente.