4. Belastingheffing in privé

 

Afschaffing scholingsaftrek
Particulieren die een opleiding of studie voor een (toekomstig) beroep volgen en geen recht op studiefinanciering hebben, kunnen momenteel de kosten hiervan in hun aangifte inkomstenbelasting aftrekken als scholingsuitgaven. Het gaat daarbij om college-, cursus- en examengelden en verplichte leermiddelen.

Het voorstel is om deze aftrek van scholingskosten in de inkomstenbelasting af te schaffen. De scholingsaftrek wordt dan vervangen door de subsidieregeling STAP-budget (leer- en ontwikkelbudget voor de stimulans van de arbeidsmarktpositie) voor personen met een band met de Nederlandse arbeidsmarkt. De nadere invulling van de subsidieregeling STAP-budget is nog niet bekend. Daarom wordt de scholingsaftrek nog niet in 2020 afgeschaft.

Indexatie vrijwilligersvergoeding vanaf 1 januari 2020
Vrijwilligers die vergoedingen en verstrekkingen ontvangen van in totaal maximaal € 170 per maand en € 1.700 per kalenderjaar hoeven hierover geen belasting en premie volksverzekeringen te betalen. Per 1 januari 2020 worden deze maxima jaarlijks geïndexeerd. Het maximumbedrag wordt per kalenderjaar steeds afgerond op een veelvoud van € 100.

Overgangsrecht voor saldolijfrenten van vóór 2001
Het overgangsrecht voor saldolijfrenten van vóór 2001 eindigt op 31 december 2020. Op dat moment geldt een afrekenverplichting. Voor bepaalde saldolijfrenten en bepaalde buitenlandse pensioenen blijft het overgangsrecht toch gewoon bestaan.

Een saldolijfrente is een lijfrente waarvan de premie in het geheel niet aftrekbaar was (zuivere saldolijfrente) en/of een lijfrente waarvan de premie deels wel en deels niet in aftrek is gebracht (hybride saldolijfrente). Bij de invoering van de Wet inkomstenbelasting 2001 kwamen voor deze saldolijfrenten andere fiscale regels. Dankzij het overgangsrecht waren de bestaande lijfrenten in box 1 belast volgens de saldomethode. Dit houdt in dat de uitkering pas belast wordt als de uitkering hoger is dan de betaalde premies. Dit overgangsrecht eindigt op 31 december 2020.

Het einde van het overgangsrecht heeft tot gevolg dat de saldolijfrenteaanspraken verhuizen van box 1 naar box 3 van de inkomstenbelasting en dat het rentebestanddeel belast is in box 1. Het overgangsrecht blijft gelden voor hybride saldolijfrenten, waardoor het mogelijk is om de belastingheffing langdurig uit te stellen. Voor zuivere saldolijfrenten eindigt het overgangsrecht wel.